De Germaanse God Odin houdt tijdens Germaanse feesten grote jachtpartijen door de lucht. Hij krijgt namen die verwijzen naar zijn lange baard. Odin rijdt daarbij op een acht-benig wit paard: Sleipnir, dat grote afstanden af kan leggen (vergelijk: acht rendieren voor de slee, witte schimmel over de daken). Kinderen zetten hun laars bij de schoorsteen, gevuld met wortels, stro en suiker, zodat het vliegende paard van Odin wat kan eten. Odin beloont de kinderen voor hun vriendelijkheid door de etenswaren te vervangen voor cadeautjes of snoepgoed. Deze gewoonten zijn in Duitsland, Belgiƫ en Nederland na de intrede van het Christelijke geloof blijven bestaan en overgegaan in de traditie van Sinterklaas.
Deze traditie kwam naar de VS via de Nederlandse kolonie van Nieuw Amsterdam en ontwikkelde zich tot het hangen van sokken aan de schoorsteenmantel. Het geven van geschenken heeft ook een verband met het brengen van geschenken tijdens Kerstmis in andere lokale folkores, dus werd Santa verschoven naar Kerstmis.
Net als Sinterklaas heeft Santa Claus ook helpers: de Elves. De oudste uitleg over de helpers vertelt dat Odin twee raven had die hem vertelden wat er allemaal gebeurde.
Lees wikipedia voor meer uitleg over historische verbanden:
http://en.wikipedia.org/wiki/Santa_Claus